Rekenen

Voor het vakgebied Rekenen maken we gebruik van de methode “De Wereld in Getallen”. Er is veel aandacht voor oriëntatie op rekenmoeilijkheden, begripsvorming, inoefening en het automatiseren van rekenvaardigheden.

De eerste periode in groep 3 werken we nog veel klassikaal. Het tweede half jaar gaan we werken met een weektaak voor het zelfstandig werken en differentiatie op 3 niveaus.

Sommige kinderen hebben behoefte aan extra instructie. Anderen juist aan verrijking, extra uitdaging. In kleinere kringen en met materialen op eigen niveau komen we hieraan tegemoet.

 

Weektaak voor zelfstandig werken (2e half jaar)

Elk kind werkt dagelijks zelfstandig aan de weektaak. In de opgaven komt alleen behandelde stof aan bod. Zo leren de kinderen om zelf problemen op te lossen en hun werk te plannen. Bij de weektaak horen ook oefeningen op de computer.

De weektaak is gedifferentieerd in moeilijkheidsgraad. De niveaus zijn: minimum, basis en plus. Kinderen kunnen makkelijk doorwerken en overstappen op het volgende niveau.

 

Met de niveaus minimum (1 ster), basis (2 sterren) en plus (3 sterren) is er voor ieder kind een passend rekenaanbod.

Voor rekenzwakke kinderen: bijwerkboek

Na elke klassikale instructie geven wij rekenzwakke kinderen verlengde instructie in het bijwerkboek. Zij krijgen één oplossingsstrategie aangeboden. De overige kinderen werken op dat moment zelfstandig aan hun werk en weektaak. Zo kunnen wij ons helemaal richten op de verlengde instructie.

 

Voor rekensterke kinderen: pluswerkboek

Voor rekensterke kinderen is er het pluswerkboek. Daarin werken ze als ze klaar zijn met het plusniveau in de weektaak. De opgaven zijn verdiepingen, vragen meer rekenkundig inzicht, maar lopen niet vooruit op de komende lesstof.
Voor kinderen die nog verder zijn, is er het Rekentijger-werkboek. Hierin staan uitdagende opdrachten waar kinderen de hersenen echt voor moeten laten kraken!

Belangrijke leerstof in het eerste half jaar:

  • Verder- en terugtellen tot en met 40

  • Splitsingen tot en met 10: verkennen en oefenen

  • Optellen en aftrekken tot en met 10

  • Getalbeelden op het rekenrek

  • Bussommen en pijlsommen

  • Klokkijken: hele uren, dagen van de week

  • Geld: rekenen met de munten van 1,2 en 5 cent

  • Lezen van een plattegrond

Belangrijke leerstof in het tweede half jaar:

  • Oriëntatie op de getallen tot en met 100: verder en terugtellen met sprongen van 1,2, 5 en 10

  • Optellen, aftrekken en splitsen tot en met 10: automatiseren

  • Optellen en aftrekken tussen 10 en 20

  • Eerste aanzet voor het optellen en aftrekken over het eerste tiental

  • Klokkijken: hele uren analoog, tijdbalk en maandkalender

  • Geld: rekenen met alle munten, biljetten van 5 en 10 euro

  • Meten: lengte, oppervlakte en omtrek (eerste verkenning), inhoud (meten met natuurlijke maten), gewicht (vergelijken en ordenen)

  • Routes zoeken op een plattegrond


In februari en juni nemen wij de Cito-toets rekenvaardigheid af.